Zwangerschapshormonen

Tijdens de zwangerschap veranderd je gehele hormoonhuishouding. Deze hormonen sturen allerlei processen in je lichaam die nodig zijn om je kindje te laten groeien, jou te laten herstellen na de bevalling en bijvoorbeeld later de borstvoeding op gang te brengen.

Al die extra hormonen zijn dus broodnodig, helaas kunnen ze je ook wel wat ongemakken geven. Veel zwangerschapskwaaltjes kunnen direct of indirect verweten worden aan de zwangerschapshormonen. Je kunt dan denken aan moeheid, misselijkheid, hoofdpijn, emotionele buien, brandend maagzuur,
bekkenpijn
, rugpijn, vaak plassen, verhoogde vaginale afscheiding, constipatie, spataders, aambeien,kramp, pigmentvlekken, bloedend tandvlees, jeuk en eigenlijk alles wat anders is aan jou en jouw lichaam. Onder invloed van die hormonen groeit en ontwikkelt je kindje zich in je buik, dus groeit ook je buik en natuurlijk veranderen je borsten.

Alles begint al meteen vrij vroeg na de bevruchting en de innesteling van de eicel. Je lichaam, of eigenlijk de bevruchte eicel gaat dan het hCG-hormoon produceren. Vanaf de innesteling gaat het chorion (één van de drie vruchtvliezen van embryonale herkomst) hCG produceren. In de urine van de vrouw is
dit soms al 2 weken na de bevruchting aantoonbaar (1 dag overtijd). Zwangerschapstesten zijn hierop gebaseerd. hGC staat voor Humaan choriongonadotrofine.

Prostaglandinen zijn hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen; ze spelen ook een rol bij het op gang komen van de bevalling.

Tijdens de zwangerschap heb je een hoge concentratie van het hormoon progesteron en een toenemend gehalte aan oestrogenen. Progesteron zorgt ervoor dat de baarmoederspieren ongevoeliger zijn. Hierdoor gaat de baarmoeder niet voortijdig samentrekken. Aan het eind van de zwangerschap neemt de productie van progesteron af. Hierdoor kan een ander hormoon, prostaglandine, juist meer worden aangemaakt. Het hormoon oestrogeen op zichzelf veroorzaakt geen contracties maar stimuleren daarentegen de productie van prostaglandine en bevorderen de vorming van oxytocinereceptoren in de spierwand van de baarmoeder. De prostaglandines zorgen ervoor dat de baarmoedermond verweekt, ook geven ze voorweeën. Er zijn overigens sterke aanwijzingen, zijn dat de baby het beginsignaal geeft voor de bevalling. Door het hoger worden van het prostaglandine-gehalte worden de hersenen van moeder op een gegeven moment aangezet om oxytocine te gaan maken. Dit zorgt ervoor dat de baarmoeder gaat samentrekken. In het begin is er nog weinig oxytocine in het lichaam, hierdoor beginnen de weeën rustig. Maar het proces versterkt zichzelf, er wordt steeds meer oxytocine geproduceerd, hierdoor worden de weeën steeds krachtiger en kan de ontsluiting
vorderen.

Globaal zou je dus kunnen zeggen dat prostaglandine de bevalling start. Oxytocine houdt de bevalling daarna op gang.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *